250 jaar oude korenmolen Waardenburg 80 cm opgevijzeld
De bijna 250 jaar oude korenmolen van circa 280 ton, in het Gelderse dorp Waardenburg, staat op zijn hoogste punt ooit. Bresser heeft dit unieke rijksmonument met 12 hydraulische vijzels stap voor stap omhoog gebracht.
Met een snelheid van ongeveer 10 centimeter per uur vijzelde Bresser de molen tot 90 centimeter boven zijn oorspronkelijke positie. Daarna werd de constructie verder afgewerkt en lieten we de molen weer 10 centimeter zakken naar zijn definitieve nieuwe hoogte.
Bron: Waterschap Rivierenland
Waarom was opvijzelen nodig?
Door de de dijkversterking Tiel-Waardenburg ligt de dijk nu hoger. Zonder de ingreep kon de molen minder wind vangen. Door het monument definitief 80 centimeter hoger te plaatsen, blijft de molenbiotoop behouden en kan de molen ook in de toekomst blijven draaien.
Het vijzelen volgde op een lange periode van voorbereiding en puzzelen. Tussentijds bleek de bestaande fundering af te wijken van de tekeningen. De molen kreeg daarom een nieuwe fundering op 18 schroefinjectiepalen. En voor degenen die zich afvragen waarom de molen nog steeds licht scheef staat: daar is bewust voor gekozen. De bestaande lichte scheefstand is behouden.
Ook duurzaamheid is belangrijk. Onze vijzelcomputer en hydraulische installatie draaiden op de energiepacks, waardoor we emissiearm en geluidsluw konden werken.
Meer dan techniek
Voor Bresser is dit project een prachtig voorbeeld van hoe vakmanschap, erfgoedbehoud en waterveiligheid samenkomen. We zijn trots dat we mogen bijdragen aan het toekomstbestendig maken van dit iconisch stukje Nederlands erfgoed.
Dank aan alle betrokken partijen voor het vertrouwen en de fijne samenwerking. Waterschap Rivierenland, Bouwcombinatie Mekante Diek (Ploegam, Van Oord en Ballast Nedam), Geldersch Landschap & Kasteelen, Techniek en Methode, adviesbureau voor uitvoeringstechnieken en erfgoedvraagstukken, Jan-Willem Oome (de raadgevende ingenieur), DST, Hadek, SIN, Molenbouwer Berkhof, Bekker communicatie (Stephanie Bekker)
📸 Fotocredits: Cees van der Wal fotografie